|
Naam : Maria Aaltje
Timmer
Nick : Timmertjuh
Lengte : 1,74 m
Gewicht : 63 kg

‘Als de vlam overslaat,
moet je brandjes blussen.’
Was getekend: Henk Timmer.
Dit is het verhaal van een
romance tussen een voetballer
en een schaatsster. Hoe
ze elkaar ontmoetten, hoe
ze verliefd werden, welke
problemen ze overwonnen
en hoe het verder gaat.
Het had ons al tijden flink
te pakken.Dat schaatsster
Marianne
Timmer verliefd
was op AZ-doelman Henk Timmer
en dat Henk verliefd was
op Marianne,
dat vonden we voer voor
de blaadjes en de boekjes.
Een zichzelf zwaar serieus
nemend sportblad moest daar
de handen maar niet aan
branden. Tenzij, zo maakten
we onszelf wijs, er een
meer dan duidelijke link
was met hun sportprestaties
en die link zagen we niet
direct. Marianne struikelde
niet aan de lopende band,
met dromerige blik, over
scheurtjes in het ijs die
verder niemand zag. Henk
hield de ballen behoorlijk
keurig tegen, zolang hij
maar niet tegen zijn andere
geliefde, FC Zwolle, hoefde
te spelen. Maar, op een
goed moment, werd het zelfs
ons duidelijk. Naarmate
de liefde tussen de twee
groeide, groeiden ook hun
sportprestaties tot ongekende
hoogten. Marianne werd de
eerste Nederlandse vrouw
die het tot wereldkampioene
sprint schopte, Henk gleed
langzaam naar de status
van beste keeper in de HCE.
Ja, dan is er toch wel iets
aan de hand, zeiden we welgemoed
tegen elkaar, geïntrigeerd
als we natuurlijk toch waren
door deze romance.
Hèhè, we hadden
een meer dan goed excuus
af te reizen naar huize
Timmer
& Timmer en we hadden
een onvergetelijk goede
openingsvraag:
Hoe is het zo gekomen?
Marianne:
“Wij kennen elkaar
al drie, vier jaar. De eerste
keer dat we elkaar zagen
was op een feestje van Dirk
Scheringa. Had Henk een
grote mond. Dat-ie beter
kon zingen dan eh... Hoe
heet-ie ook alweer?”
Henk: “Una paloma
blanca.”
Marianne: “George
Baker, ja. Ik zei: ‘Zal
ik even regelen dat jij
het podium op kan?’
Hij: ‘Nou, doe maar.’”
Henk: “Jij zei niet:
‘Zal ik het even regelen?’
Jij régelde het.
Werd het ineens omgeroepen.”
Marianne:
“Ik wilde het wel
even zien. Ik dacht: nu
heb ik hem mooi. Maar hij
kon hartstikke goed zingen.”
Toen vond je hem meteen
al leuk?
Marianne:
“Aah, het was wel
gezellig. Een paar keer
afgesproken daarna.
Gewoon. Koffie drinken.”
Dit schiet niet op. Het
mes op tafel:
Wanneer sloeg de vlam over?
Henk: “Ja, eigenlijk
bij Erben (Wennemars) hè,
bij zijn bruiloft vorig
jaar mei. Hij hield zijn
feestje in Zwolle. We hadden
in die tijd nog wel contact
via sms, maar die avond
was het hartstikke leuk.
Toen sloeg de vlam over.”
Ja, en dan breekt de lastigste
fase aan. Jullie zijn allebei
landelijk bekend, jullie
hadden allebei nog een relatie.
Marianne: “Nou,
bij mij schommelde het al
behoorlijk.”
Hoe zijn jullie daarmee
omgegaan?
Henk: “Als de vlam
overslaat, moet je brandjes
blussen. In het begin was
het lastig. Je kon niet
echt ergens heen met z’n
tweeën, er werd overal
op je gelet.
We konden bijna niks doen,
hebben ook bijna niks gedaan.”
Het was natuurlijk een godswonder
dat het zo lang stil bleef.
De halve wereld wist het
al, zonder dat het uitlekte.
Marianne:
“Het is echt heel
lang rustig gebleven.”
Henk: “Is ook netjes.
Terwijl als je die bladen
ziet; er staan steeds meer
sporters in. Het is natuurlijk
toch sensatie. Voor de buitenwereld
is het leuk, het is apart.
Die naam. Allebei sporters.”
Marianne: “We moeten
er zelf nog het meeste om
lachen: Timmer en Timmer,
hoe verzin je het? Kom je
ergens: wat is jullie naam?
Ja, Timmer.”
Hebben jullie nog onderzocht
of jullie familie waren?
Marianne:
“Ja, in Salt Lake
City, daar kan dat, hè.
Maar dat is allemaal van
1700 en 1800 nog wat. Niet
alles is bijgewerkt.”
Jullie zijn niet neef en
nicht?
Henk: “Nee, gelukkig
niet.” Marianne: “En
ook geen broer en zus.”
Henk: “Mijn tak komt
uit Hierden, Harderwijk.”
Marianne:
“Mijn vader komt uit
Drenthe.”
Henk, wat vond je nou zo
leuk aan Marianne?
Marianne: “Nou,
de naam, denk ik, hè.”
Henk: “Dat sowieso.
Ik dacht: dat is handig.”
Marianne: “Wij hebben
hier al de discussie: wie
is de echte Timmer?”
Henk: “Dat is toch
duidelijk?”
Marianne:
“Ja, ik.”
Nu even serieus.
Henk: “Het was een
goede klik.”
Marianne: “We
vullen elkaar goed aan,
hebben veel overeenkomsten,
hebben dezelfde normen en
waarden.”
Henk: “We komen uit
een dorpie, hebben ouders
die iets over zich hebben
van: doe maar normaal. Het
past bij elkaar.”
Wat vonden jouw ouders ervan,
Marianne? Toen je destijds
met Peter Mueller aan kwam
zetten, reageerden ze nogal
heftig.
“Ze kenden Henk al
een tijdje, hij was eerder
bij ons thuis geweest. Ze
zijn positief, waren snel
aan hem gewend. Weet je,
soms hoor ik Henk, en dan
lijkt het m’n broertje
Tinus wel, joh. Die
heeft ook af en toe van
die praatjes, van die patserige
grapjes. Dan denk ik: het
lijkt wel of ik Tinus hier
op de bank heb zitten. Als
die een paar biertjes op
heeft...”
Hebben jullie een roerige
tijd achter de rug?
Henk: “Dat zeker.
Ik ben nog getrouwd, heb
een kleintje, dat is best
moeilijk. Zo’n proces
meemaken, dat doe je niet
zomaar. Was een moeilijke
periode. Voor die kleine
is dat... verdrietig. En
ook voor ‘de andere
kant’ is het verdrietig.
Logisch, zoiets is voor
niemand leuk. Maar het gaat
nu eenmaal zo.”
Hoe gaan jullie exen er
nu mee om?
Henk: “Het is natuurlijk
hartstikke moeilijk, maar:
het is zo. Je moet het zo
netjes mogelijk proberen
af te handelen.”
Marianne: “Het is
nooit gemakkelijk uit elkaar
te gaan, maar voor mij was
het
zo duidelijk: Peter en ik,
dat hield geen stand. Peter
is goed voor me geweest,
ik heb goede dingen van
hem geleerd, maar hij is
niet de man met wie ik samen
kan zijn. Het is meer een
vriendschap.”
Henk: “Voor de andere
partijen wilden we het ook
lang stil houden in de publiciteit.
Dáár ging
het om. Nu het uitgelekt
is, gaan we er gewoon open
mee om. Nu is het: als we
samen zijn, zijn we samen.
We hebben het hartstikke
leuk, met Marianne ging
het in het schaatsen fantastisch,
met ons bij AZ gaat het
goed, we steken enorm goed
in ons vel. We hebben geen
geheimen meer. Eerst wel.
Toen wilden we en kónden
we niet overal met z’n
tweeën naartoe gaan,
terwijl we het natuurlijk
wel graag wilden. Dat heeft
best lang geduurd. Nu hebben
we iets van: iedereen weet
het toch. Overal komen ze
op je af, iedereen let erop,
wil een fotootje maken.
Kun je wel vreemd blijven
doen, nergens heengaan en
stiekem doen, maar zo zijn
we allebei niet.”
Hoe gaan jullie nu verder?
Henk: “Ik heb een
huisje in Heiloo en Marianne
heeft nog een huisje, nou,
zeg maar gerust huis, in
Tynaarlo.”
Marianne: “Voorlopig
racen we op en neer.”
Henk: “Ik heb net
drie jaar bijgetekend bij
AZ, Marianne is toch de
helft van het jaar aan het
reizen. Ik woon dicht bij
Schiphol, dat scheelt.”
Je had beter bij Heerenveen
kunnen gaan keepen.
Marianne: “Jaha. Is
mooi daar. Groningen kan
ook!”
Henk: “Nee, ik heb
het goed hier. Ik ga hier
niet weg.”
Ja, op jouw prestaties heeft
het een positieve invloed.
Henk: “Gek is dat.
Als je een hoop gezeur hebt,
zou je eerder verwachten
dat het juist niet goed
gaat. Thuis had ik toch
een hoop problemen.”
Jij, Marianne, was in september
vorig jaar al een ander
mens. Dat zag je van
een kilometer afstand. De
verliefdheid hielp je als
sportster?
“Ja, maar ik had ook
een heftige tijd achter
de rug met allerlei andere
toestanden.
Die zaak rond De Vegt. Goh.
Heeft me erg veel energie
gekost. Dat
is ook allemaal in rustiger
vaarwater gekomen.”
Hebben jullie als sportman
en sportvrouw wat aan elkaar?
Marianne: “Je weet
van elkaar wel wat je ervoor
moet doen. Af en toe kunnen
we zelfs samen trainen.
Wij hebben sprinttrainingen
met van die kabels, weetjewel,
nou, dan kan Henk mooi
effe meehelpen, door die
kabels voor me vast te houden.
Is wel leuk. Ik zit hem
al uit te dagen wie er sneller
is op de dertig meter. Hebben
we nog niet geprobeerd.
Straks, in de zomer.”
Henk: “Kom ik eens
een keer niet aan in de
vakantie. Normaal is dat
toch een kilootje of vijf.
Is het: even rusten, biertje
erbij en zo.”
Marianne: “Nee hoor,
komt niks van in.
Extran, Red Bull! Er is
geen bier hier.”
Henk: “Het is een
stuk gezonder geworden in
huis.”
Ja, zij traint natuurlijk
ook veel harder dan jij.
Voetballers zijn toch een
beetje sukkels vergeleken
met schaatsers?
Henk: “Ja, zo denken
ze allemaal. Maar ik weet
niet of jij Co Adriaanse
kent?
Wij trainen hard, hoor.
En keepen is iets heel anders,
hè. Als Marianne
twee keer duikt, komt ze
echt niet meer overeind.”
Het is ergens wel een moeilijk
verhaal, die relatie. Jullie
kunnen nooit met elkaar
op vakantie, de vrije periodes
komen immers niet overeen.
Wordt zij in Nagano wereldkampioene,
kan jij er
in de verste verten niet
bij zijn.
Henk: “We hebben zo’n
dingetje nu. Zo’n
webcam. Ik wist tot voor
kort niet
eens hoe een computer aanging
en nu zit ik de hele tijd
voor dat ding. Ah, maar
het is wel lastig, als ze
zo ver weg zit. Dat is niet
echt fijn.”
Marianne: “Vooral
toen in Nagano...”
Henk: “Zat ik om vier
’s nachts voor de
buis. Heel leuk dat Erben
en zij het haalden, maar
je wilt dan wel een beetje
dichterbij zijn.”
Maar als je dan dichterbij
was, zoals in Thialf een
keer, zagen we je helemaal
in een hoekje kruipen, want
ja, er liepen toch fotografen
rond…
Henk: “Ja, dat was
in het begin. Je vindt het
toch leuk om naar Marianne
te komen kijken, nou ja,
dan doe je maar je kraagje
wat hogerop. Later ook,
in Collalbo, ging ik wel
zestig meter van de camera’s
staan en nog was het niet
ver genoeg. Marianne won
de 500 meter, wilde toch
even naar me toe. Zoentje,
gefeliciteerd, we letten
even niet goed op en hup,
gefilmd. Studio
Sport zond het wel zes keer
uit.”
Marianne: “In Inzell
komt die Fransziska Schenk
op me af van de ARD:
‘Mag ik je even wat
vragen over de 500 meter?’
Ja, hoor. Nâh. Stelt
ze alleen maar vragen over
Henk, natuurlijk. Leuk was
dat. Ik zeg: ‘Had
je ook wel even mogen zeggen
van tevoren.’ Zij:
‘Ja, sorry, sorry.’
Zal best, denk ik dan. Heeft
toch niks met sport te maken?
Dat vind ik dan wel een
beetje flauw. Maar ach,
dat hou je toch niet tegen.”
Want jij ging vrij vaak
naar hem kijken, bij AZ.
Dan val je toch op.
Marianne: “Ja, maar
ik vind het leuk.”
Henk: “En tot nu toe
heeft ze geluk gebracht.
We hebben nog geen wedstrijd
verloren als zij erbij was.”
Hoe reageerden ze bij jullie
in de omgeving, bij AZ en
zo?
Henk: “Vrij positief.
Weinig gedold, moet ik zeggen.
Alleen in stadions
bij uitwedstrijden hoor
je de bekende spreekkoren.
Eerst was het mijn moeder,
nu is het Marianne. Nou
ja, komt mijn moeder er
weer goed vanaf.”
Ben jij een beetje rustig
op de tribune van AZ?
Marianne: “Ja, hoor.
Ik zit heel vaak naast Henks
moeder en die zit wel de
hele tijd van: ‘Toe
nou jong, kom op
Henk.’ Is léuk,
joh.”
Henk: “Ma is vrij
bang. Als ik moet uitkomen,
sterft ze duizend doden.”
Je zit niet tussen de andere
spelersvrouwen?
Marianne: “Die ken
ik niet.”
Henk: “Jawel, je kent
er twee. Mevrouw Lindenbergh
bijvoorbeeld.”
Marianne: “O ja.”
Maar je hebt nog geen tasje
van Louis Vuitton?
Marianne: “Van wie?”
Goed antwoord.
Henk: “Is vrij duur,
Marianne. Nogal prijzig.”
Marianne kan natuurlijk
zelf haar spulletjes kopen,
toch?
Marianne: “Dat denk
ik ook wel, ja. Ik heb laatst
een stukje gezien van het
programma van Nada van Nie.
Over voetbalvrouwen. Tsjonge,
zeg.”
Henk: “Tsja, ach.
Die wereld, wat zal ik zeggen?
Niks voor ons. Daar doen
wij
niet aan mee.”
Dan vragen wij het maar:
komt er nog een liefdesbaby?
Marianne: “We hebben
de kikker aan de deur gehangen,
maar de ooievaar is nog
niet langs geweest bij ons.”
Henk: “Nee, het wil
nog niet lukken.”
De kikker aan de deur?
Marianne: “Dat hebben
ze me vroeger wijs gemaakt.
Dan komen er baby’s.”
Henk: “Nee, het is
nog even wachten.”
Marianne: “Eerst nog
één keer naar
de Spelen. Vanaf dan moeten
we maar eens verder kijken.
Moet ik het schaatsen nog
wel erg leuk vinden, wil
ik dan doorgaan. Ik draai
al weer lang mee! Ik was
zeventien, toen reed ik
al in het rond.”
Nadat jullie samen in Barend
& Van Dorp zaten, kwamen
er toen veel reacties?
Marianne: “Heel veel.
Henk had een groen T-shirt
aan, dat was meteen uitverkocht.”
Sorry?
Henk: “Ik heb een
eigen kledingzaak in Harderwijk.
Casanova. Was echt ongelooflijk.
De dag na de uitzending:
boem! Uitverkocht.”
Wel eens vervelende reacties
gehad?
Marianne: “Nee, eigenlijk
niet. Eerst is het toch
spannend, als het naar buiten
komt. Je weet niet hoe mensen
zullen reageren. Of het
hectisch wordt. Ik zat nog
midden in het seizoen, wilde
het graag rustig houden.
Maar het viel mee.”
Wanneer kwam het nu echt
uit?
Henk: “Bij SBS Shownieuws.
Er was zo’n man die
een foto had gemaakt, stond
het in Party en was het
op tv. Maar toen was het
al bekend bij mij thuis,
hoor.”
Marianne: “De achterban
wist het al.”
Ben jij, na de verovering
van Peter en Henk, niet
bang voor de reputatie van:
getrouwde mannen zijn zwaar
onveilig voor Marianne Timmer?
Marianne: “Nee. Ze
schrijven toch wel wat ze
willen. Jullie hadden in
Sportweek een keer zo’n
astroloog naar me laten
kijken. Wilma. Stond er
ook een lekker stuk in,
zeg. Ik kon maar beter achter
de kinderwagen gaan lopen,
het werd toch niks meer.
En toen
werd ik wereldkampioene.”
Henk: “Het heeft haar
wel extra geprikkeld, denk
ik. Dankjewel Wilma.”
Waar was je het meest bang
voor?
Henk: “Het probleem
met die bladen is vaak:
je hebt het niet in de hand,
je kunt niet reageren. Er
stond toch ook alweer een
keer in dat Mariannes ouders
en ik niet goed met elkaar
overweg konden. Ik zou ruzie
met ze hebben. Die mensen
waren hier net een weekend
geweest!
Dat is wel eens lastig,
dat je denkt: wat gaat er
allemaal gebeuren? Maar
eigenlijk
hebben we allemaal positieve
reacties gehad.”
Jullie zijn nu niet de ene
party na de andere aan het
aflopen?
Henk: “Nee, we zijn
bijna nergens.
Toen Marianne schaatsster
van het jaar werd, was ik
erbij.”
Ja, toen ging je meteen
eerste rij zitten.
Henk: “Maar dat is
ook weer zoiets. Ik wist
niet dat het zo’n
spektakel zou
zijn. Ik had Marianne nog
gevraagd: ‘Wat is
dat dan, is daar veel pers?’
‘Nee,’ zei ze.”
Ja, hallo!
Marianne: “Nee, maar
ik heb ze vorig jaar helemaal
niet gezien! Eén
of twee
fotografen, geloof ik.”
Henk: “Dus we gingen
naar ons tafeltje toe, ik
wil gaan zitten en toektoektoektoek,
camera hier, camera daar.
Kolere. Ik zeg tegen Marianne:
‘Nee, hier is inderdaad
niet zoveel pers.’”
Marianne: “Ik kon
het me echt niet herinneren
van vorig jaar.”
Henk: “Ach ja, zo
gaat dat toch. Een jongen
van Het Parool wilde me
interviewen
voor AZ-Ajax. Prima. Of
hij één vraagje
over Marianne mocht stellen.
Prima. Stond er zo’n
gigantische foto van ons
op dat schaatsfeest in en
een heel stuk in dat verhaal
ging over mij en Marianne.”
Wat zijn jullie ook naïef,
hè.
Henk: “Het maakt me
ook niet zoveel uit, het
is ook prima, maar zo gaat
dat dus.”
Jullie zijn nog niet de
Beckham en Posh Spice van
Nederland, natuurlijk.
Henk: “Nee, hoor.
We hebben Van der Vaart
en Meis al. Dat is gunstig
voor ons.”
Jij blijft dus nog even
schaatsen, tot en met 2006.
Marianne: “Ja, ik
heb vorige week bijgetekend.”
Oh? Nieuws!
Marianne: “We hebben
het meteen even gevierd
’s avonds. Uit eten
geweest.
Heel luxe en ik ben nog
nooit zo ziek geweest van
een etentje.”
Henk: “Zevengangendiner,
verscheidene soorten wijnen
erbij. Ik had nergens
last van. Maar je hebt ook
het sterke en zwakke geslacht,
weet je.”
Marianne: “Weet je.
Maar ik had ook nog nooit
een zevengangendiner voor
m’n kiezen gehad.”
Moet je erg lachen als je
haar contract ziet, Henk?
Henk: “Kijk, als je
ziet wat zij ervoor moeten
doen en wij. Zij moet één
minuut, ik negentig minuten.
Of hoe lang doe je over
die 1500 meter?”
Heb jij wel verstand van
voetbal,
Marianne?
“Nee. Ik vind het
leuk als Henk meedoet, ik
ging wel eens naar Groningen
kijken, voor de rest weet
ik bij god niet hoe het
werkt, hoor. Ik weet dat
ze met elf man spelen. Maar
hoe dat zit met die punten
en zo, geen idee. Ik zie
al die getallen achter die
clubs staan, maar
hoe ze daaraan komen...”
Henk: “Wij hebben
het thuis ook niet zoveel
over sport.”
Waar hebben jullie het dan
over?
Henk: “Eh…”
Beethoven?
Henk: “Ja. Beethoven
heel veel. En natuurlijk
wel over trainen en zo.
Dan helpen we elkaar een
beetje.”
Marianne: “We hebben
eigenlijk een weddenschap,
maar het is er nog niet
van gekomen.”
Vertel.
Marianne: “Ik moet
vijf keer een doelpunt zetten,
dat...”
Henk: “Nee, nee. Fout.”
Marianne: “Henk legt
het wel even uit.”
Henk: “Je moet niet
een doelpunt zetten, je
moet een penalty nemen.”
Marianne: “Nou ja,
ook goed. En dan
moet Henk zijn armen op
de rug...”
Henk: “Nee, één
arm op de rug.”
Marianne: “En elke
keer dat ik mis, krijgt
hij tien seconden voorsprong
op de 1000 meter. Schaatsen
dus.”
Dus je mist er vijf, heeft
hij vijftig seconden voorsprong
op de 1000 meter. Jaja.
Henk: “Ja, dat is
logisch. Dat win ik toch.
Ik kan wel schaatsen. En
vijftig seconden voorsprong!”
Marianne: “Hij mag
er hard voor schaatsen,
hoor. En ik neem nog wel
een paar keer les met die
penalty’s.”
Wat is de inzet?
Henk: “De eer. En
dat het een beetje stil
is hier in huis. Niet dat
eeuwige gedoe.”
Marianne: “Welk eeuwige
gedoe?”
Henk: “Ah, je weet
wel, dat gezeur over snelheid
en zo. Ik wil het wel eens
zien.”
Marianne: “Ik ook
wel. Kom maar mee naar buiten.”
.
Geboortedatum
: 3 oktober 1974
Geboorteplaats : Sappemeer
Woonplaats : Sappemeer
Team : Sanex
Schaatsclub : YC Borgercompagnie
Boyfriend : Kevin Overland
Hobby : helpen schapen fokken
Schaatsonalia
PERSOONLIJKE RECORDS
500 m
: 38.92 Calgary 27.03.98,
tevens Nederlands Record
1000 m : 1:16.51 Nagano
14.02.98, tevens Olympisch
Record
1500 m : 1:57.58 Nagano
17.02.98, tevens Olympisch
Record
3000 m : 4:28.89 Calgary
16.03.97
5000 m : 7:53.32 Heerenveen
17.03.94
BELANGRIJKSTE
RESULTATEN
NK Allround
:
1996 Den Haag 6e
NK Sprint
:
1996 Assen 6e
1997 Groningen 1e
1999 Groningen 1e
NK Afstanden
:
1994 Heerenveen 1000 m 2e,
1500 m 10e, 3000 m 11e
1995 Den Haag 1500 m 14e
1996 Groningen 500 m 2e,
1000 m 3e, 1500 m 2e, 3000
m 4e, 5000 m 8e
1998 Heerenveen 500 m 2e,
1000 m 1e, 1500 m 2e
WK Sprint
:
1993 Ikaho 27e
1994 Calgary 23e
1997 Hamar 6e
1998 Berlijn 8e
1999 Calgary 3e
WK Afstanden
:
1997 Warschau 500 m 4e,
1000 m 1e, 1500 m 3e
1998 Calgary 500 m 14e,
1000 m 8e, 1500 m val
1999 Heerenveen 500 m 3e,
1000 m 1e, 1500 m ?e
Olympische
Spelen :
1998 Nagano 500 m 6e, 1000
m 1e, 1500 m 1e
|